Korte stukken
Leven in Schalkwijk
Haarlem is een pittoreske stad met een rijke geschiedenis. Deze stad kreeg in 1245 stadsrechten en dat is terug te zien in de gebouwen. Antieke panden in een typisch oudhollandse stijl, met wegen die elke willekeurig richting op gaan. Een genot om naar te kijken wanneer je door de stad fietst. Waar het oudste museum van Nederland staat en waar het Haarlems dagblad de oudste krant van Nederland is. Het was vroeger een kleine stad die veel later nieuwe stadsdelen erbij kreeg. Het laatste stadsdeel wat erbij is gekomen, heet Schalkwijk.
De eerste woningen in Schalkwijk werden in 1961 afgerond en deze woningen waren bedoelt voor de babyboomers. Een grote generatie die ook een huis wilde hebben en projectontwikkelaars die stonden te trappelen om het voor ze te bouwen. Het moest groot aangepakt worden en snel worden opgebouwd. De grootste inspiratie van de architecten waren lego blokken en copy paste. Waar je alleen op basis van kleur weet in welke wijk je zit. Het moest goed toegankelijk zijn voor auto’s, dus de wegen werden groot en breed. Het moest praktisch ingericht zijn, dus elke weg is kaarsrecht, op de kuilen en gaten na. En het moest goedkoop. Zo veel mogelijk flats bouwen, zodat je het meeste uit de grond oppervlakte haalt. Niet druk maken over isolatie of langdurigheid. In het begin waren veel mensen blij. Ze hadden immers een eigen huis en ze woonden in een buurt waar iedereen een positieve instelling had. Naarmate de babyboomers hun huis verkochte en groter gingen wonen, werden de achtergebleven huizen gevuld met mensen die het konden betalen. Sociale huur en goedkope koopwoningen in een stadsdeel waar alleen de arme sloebers op af kwamen.
Vandaag is het 62 jaar later. Schalkwijk is het stadsdeel waar “niemand” wil wonen. Het is namelijk niet om aan te zien. De huizen zijn lelijk en hetzelfde, waarvan sommige huizen van ellende uit elkaar vallen. Schalkwijk staat als laatste op de lijst wanneer er iets vernieuwd moet worden. De wegen zijn opengebroken, de voetpaden lopen scheef, lantarenpalen en stoplichten zijn stuk en de bushokjes hebben al jarenlang geen glas meer. Het plastic lint is nu de permanente afscheiding geworden. Schalkwijk heeft een slechte reputatie. Het is het zwarte gedeelte van Haarlem. Een plek waar meer schaduw is dan zon. Veel Haarlemmers zijn dit gedeelte daarom liever kwijt dan rijk. Ironisch, want zonder hun schoonmaker uit deze buurt zouden ze verdrinken in hun eigen zooi. Alles liever dan wonen in Schalkwijk, hoor ik altijd. Het zijn alleen maar wijken met criminaliteit, geweld en intimidatie. Wild west verhalen van mensen die er zelf niet wonen. Ze blijven het liefst zo ver mogelijk uit de buurt, maar vinden het prachtig om deze verhalen te vertellen. Alsof ze een bevestiging zoeken dat zij wel op de juiste plek wonen.
Ik ben opgegroeid in Haarlem Noord. Rijtjes huizen in een buurt waar niet veel gebeurde. Ik voelde me nooit echt op mijn plaats in Haarlem Noord. Iedereen had altijd een mening over je houding, kleren, haar en veel meer. Jezelf zijn mocht, wanneer je precies deed wat je werd opgelegd. Het voelde alsof ik me continu moest aanpassen om maar de goedkeuring van de rest te krijgen. Na schooltijd, waren de klasgenoten alleen maar bezig met je status en je look. “Jij bent dit, want…”. Voor mijn gevoel was het een continue stroom van beoordelingen, die botste met mezelf zijn. Het gevoel dat je het nooit goed deed, want er was altijd wel iemand die kritiek over je had.
Mijn laatste jaren in Haarlem Noord waren dus verrassend genoeg niet de leukste. De recessie van 2008 bleef nog een aantal jaar hangen en ik zou kosten wat het kost het huis uit gaan. Wat je nu niet kan voorstellen, is dat er toen weinig mensen op zoek waren naar een huis. Het aantal sociale huurwoningen was redelijk op peil, al was de gemiddelde wachttijd in Haarlem 7 jaar. Ik heb in totaal drie huizen mogen bezichtigen. Voor de mensen die niet weten hoe het werkt, leg ik het kort uit. Er worden 20 mensen uitgenodigd, allemaal met een nummer waar je op de lijst geëindigd bent. Als de nummer 1 het huis wilt, dan heeft de rest pech. Net zoals bij de slager, ben je pas aan de beurt als de voorgaande het huis niet wilde hebben. Voor de mensen die niet weten wat een slager is, het is kleine supermarkt waar je vroeger alleen vlees kon kopen. Ik weet het, wat een baas.
Afijn, ik stond bij het derde huis op positie acht en de eerste zeven wilde het huis niet hebben. Het huis was…, ehh, niet het mooiste. In de stortbak van de WC zat een laag schimmel van 3 cm dik, die de geur in het gehele huis aantastte. De vloer had een bruin tapijt waar meerdere onverklaarbare vlekken in zaten. In de slaapkamer was het behang er zo slecht op gezet, dat je complete nachtwachten eraf kon trekken. Het lichtknopje van de badkamer was, voor vast een goede reden, in de keuken gezet. Hierdoor moest je elke keer omlopen, licht aanzetten en dan weer teruglopen naar de badkamer. De badkamer was nog origineel vintage licht bruin en de vloer had een scheur die netjes was opgevuld met een zwarte smurrie. Het huis was zo goed geïsoleerd dat je binnen kon vliegeren en elk balkon was onder gescheten door vliegende ratten. Ik ben in mijn leven nog nooit zo blij geweest.
Mijn buurt staat bekend als één van de slechtste buurten van Schalkwijk. Waar het uitschot van het uitschot woont. Iemand die in Schalkwijk was opgegroeid, vertelde mij dat ze niet met kindjes uit mijn wijk mocht spelen. Mijn wijk is waarschijnlijk het dichtstbevolkte stukje van Haarlem. Aan de buitenkant staan gigantisch grote flats van een halve straat lang. In het midden staan kleinere flats van maar vier hoog. Toen mijn flat werd gebouwd, hadden ze voor de helft van de entrees liften gekocht. Geld besparen was immers essentieel. Nadat ik er een maand woonde, kreeg ik de boodschap “welkom in Schalkwijk”. De buurman naast mij werd voor zijn deur neergestoken. Bloed zat door het trappenhuis en de politie liet niemand zijn huis in of uit gaan. Ik was bij mijn broer op bezoek en mijn huisgenoot had toen een toernooi georganiseerd, dus de timing kon niet beter. In de 10 jaar dat ik hier woon, is dit gelukkig het enige incident wat ik kan melden. De rest is niet interessant genoeg.
Schalkwijk is een aparte ervaring voor iemand die in Haarlem Noord is opgegroeid. Na mijn welkom kijk je op een andere manier naar de buurt. In het begin nog met enige angst, maar dat vertrekt wanneer je ziet wat er gebeurd. Je komt hier alleen in de problemen die je zelf uitlokt. Naarmate je hier langer zit, merk je wat voor mensen in de wijk wonen. In Schalkwijk is iedereen evenveel waard als de rest, namelijk helemaal niks. Een leven wat in een cirkel loopt en eens in de zo veel tijd een scherp randje heeft. Wat dat voor jou inhoudt, mag je zelf bepalen. Voor mij betekend het gelijkheid. In een wijk waar zo veel mensen wonen, maak je ook elkaars scherpe randjes mee. Grotendeels is dit een normale wijk, net zoals elke andere. Eens in de 2 maanden krijg je een reminder dat je in Schalkwijk woont. Dan is de zandloper op en maak je weer wat mee. Dit zijn geen verhalen over criminaliteit, intimidatie of iets anders naars. Ik kan het niet anders omschrijven dan: Een Schalkwijk momentje. Zo liep er iemand een kwartier lang in de buurt rond, te schreeuwen tegen zijn telefoon. Zijn vriendin had het met hem uitgemaakt. Twee buren die aan beide kanten van de straat staan en met een hoop bombarie ruzie maken. Geen van beide liep naar elkaar toe. Toen Ajax de halve finale van de Champions League haalde, stak een buurman een grote pot vuurwerk af. Wij waren met hem mee aan het juichen. Het zijn dingen die ik nooit helemaal goed kan beschrijven. Het is een mix van: raar, dubieus, verrassend, apart, waarom? en briljant.
Dit stuk vond ik lastig om te schrijven, want het gaat over de mensen in Schalkwijk. Hoe beschrijf je een groep mensen die op hetzelfde stuk land wonen? Waar elke nationaliteit en leeftijd voorbij komt? Hier heb je naast hangouderen, ook hangjongeren. Hier wordt elke vorm van individualiteit geuit en hier woont elk soort karakter uit elke subcultuur. Wat iedereen wel gemeen heeft, is geld. Een goed wat niemand heeft en waar we allemaal proberen rond te komen met het beetje wat er binnenkomt. Het grotendeel van deze mensen zullen geen managers worden, zullen niet doorstuderen en de zullen zich niet thuis voelen in een prestatie samenleving. Dit zijn mensen die werken voor het geld, zodat ze kunnen leven. Ze genieten van de kleine dingen in het leven, want de grote dingen kunnen ze niet betalen.
Hier is ook een eigen vorm van recycling, want als jij je inboedel op straat zet, is het na 2 dagen weg. Er is altijd wel iemand die er potentie in ziet. De mensen hier, trekken vaak hun eigen weg. Letterlijk. Ze steken schuin over, maken hun eigen pad door het gras, of lopen over het fietspad omdat “de rollator dan zo lekker rolt”. Ik zie het als grijs gebied. Het enige zwart/wit in Schalkwijk zijn namelijk de zebra paden. Het verkeer loopt, fiets en rijdt dwars door elkaar heen. Van buitenaf is het één grote warboel. Er middenin, voelt het als een kleed wat zichzelf in elkaar weeft. Je moet alleen niet klagen als je aan de kant moet voor mensen die wel op het juiste pad zitten. Hier is de auto een status symbool, al heb ik daar als fietser niks van gemerkt. De auto’s komen alleen in 2 maten, te klein of te groot. Hier kunnen ze dan geen tussenweg in vinden. Het is ook een van de weinige plekken waar je gele auto’s zal tegenkomen. Want net zoals de mensen, zijn die voor anderen minder gewild. In Schalkwijk hebben ze wel een thuis voor je. Het is een plek waar alles er van buitenaf hetzelfde uitziet, maar achter de voordeur de ware individualiteit te zien is. De mensen hier pakken elk moment waar ze van kunnen genieten. Het zijn net Nederlanders.
De mensen in Schalkwijk zijn aparte figuren, misschien is dat de reden dat ik er zo goed tussen pas. Een verzameling van verschillende culturen die dwars door elkaar heen leeft. Er zijn groepen die alleen binnen
hun eigen groep blijven en er zijn anderen die vooral praten met mensen buiten hun groep. Zo kan je op straat ineens een goed gesprek met iemand hebben en daarna zie je ze waarschijnlijk niet meer terug. De gesprekken staan ook in de trant van raar, dubieus, verrassend, apart, waarom? en briljant. Het zijn inzichten van mensen uit een andere cultuur, waardoor je gaat kijken naar je eigen. Al is het meestal gewoon gezamenlijk lachen om een kut opmerking. Dat vind ik zo mooi. Uit het niets heb je een gesprek met iemand en dat kan van luchtig tot zwaar zijn. Oppervlakkig of diepgaand, leuk of triest. Schalkwijk heeft ook figuren die op hun eigen manier opvallen tussen de rest. Lokale celeberties die je op één of andere manier blijft tegenkomen. Iedereen kent ze, iedereen weet hoe ze eruit zien, iedereen heeft een vaag vermoeden wat ze doen.
Mensen buiten Schalkwijk denken dat je geen connectie hebt met je buren, maar dat is niet waar. De straten zijn alleen anders ingericht. Mijn straat loopt namelijk verticaal. Ik ken elke buur en ik maak altijd wel een kort praatje met ze. Sommige heb je hele gesprekken mee en anderen zeg je alleen gedag. Buiten mijn portiek is niet meer mijn straat, maar er binnen ben ik hun buurman. Je helpt elkaar wanneer nodig, alleen loop je niet continu elkaars deur plat. Er zitten aardige buren tussen en er zijn eikels. Met de eikels moet je een manier vinden om mee om te gaan. Niemand heeft zin om dag in dag uit met elkaar te zeiken, dus kom je met een manier die werkt. Je hoeft elkaar niet te mogen, maar je moet elkaar wel respecteren. Doordeweeks zal je weinig overlast ervaren, maar in het weekend is het vrij spel. Je hoeft elkaar niet in te lichten voor een feestje, je moet het gewoon doen. Je verwacht het namelijk ook van een ander. Veel mensen hanteren ook de Schalkwijk etiquette voor hun bezoek. ‘Als je wat wilt eten of drinken, moet je het zelf pakken’ en ‘chips uit de zak in plaats van een bak.’
Het voelt vrij om in Schalkwijk te wonen. Niemand kijkt je raar aan vanwege je kleding, omdat er altijd iemand is met een slechtere smaak. Je bent pas een echte Schalkwijker, wanneer je in je joggingsbroek naar de Lidl bent geweest of in je slechtste outfit het winkelcentrum binnen loopt. Je hoort er helemaal bij, wanneer je nonchalant je boxers bij de Deka aan het uitzoeken bent. Mensen zeggen niet wat je moet doen, tenzij je je gedraagt als een eikel. Je hoeft niet op je woorden te letten en je hoeft je niet druk te maken over wat anderen van je vinden. Je bent wie je bent en eerlijkheid staat boven beleefdheid. Je weet wat je aan elkaar hebt, zonder dat je die persoon van te voren kent. Het komt vaak hard over, al zijn ze hier liever te hard, dan niet hard genoeg. Het is een confronterende manier van leven, maar ik zou geen andere manier meer willen weten. Het geeft mij veel meer rust.
Aan elk leven zit ook een droevige kant en Schalkwijk is meer een voorloper dan een uitzondering. Hier wonen mensen die gewend zijn geraakt dat hun leven een grote pijnzooi is. Veel mensen werken lange dagen, onregelmatige uren en hebben zwaar werk voor minimaal loon. Het zijn mensen die hun best doen gezien de omstandigheden. Mensen die hun leven lang niks te makken hebben en de rest van hun leven ook niet. Voor velen is het leven hard en grauw, daarom hechten ze zo veel waarde aan plezier. Veel drinkers, rokers, smokers en weet ik veel wat nog meer. Een goedkope manier om je snel te vermaken, die op lange termijn duur zal uitvallen. Maar ja, niets doen ik ook weer zoiets. Het buurthuis stopt eens in de zo veel tijd folders in je brievenbus over eenzaamheid. Ironisch toch? Eenzaamheid in het meest dicht bevolkte stukje van Haarlem. In dit soort gevallen ben ik blij dat er een buurthuis is. Een plek waar mensen samen kunnen komen op zoek naar vermaak en verhalen.
Ik kan wel blijven doorgaan over Schalkwijk, maar ik kan het ook niet doen. Het is een manier van leven die je pas snapt, wanneer je er middenin zit. Wat ik wel kan doen, is een afsluiter geven.
Schalkwijk is een plek waar de arbeiders van Haarlem en omstreken wonen. Het gedeelte van Haarlem waar ‘Friet van Piet’ koning is. Waar alleen de Amsterdamse juppen een eigen wijk hebben, dichtbij de uitgang. Waar niemand weet hoe het hoort, maar ondertussen precies doet wat er van ze wordt verwacht. Eén groot stuk chaos, die op één of andere manier wel zijn weg weet te vinden.
Een mening van één Schalkwijker die geen buitenstaander meer is.
Ik ben Rick Toepoel. Opgegroeid in Haarlem Noord, volwassen geworden in Schalkwijk.
Jeuk
Iedereen kent dat kriebelige gevoel wel. Zo’n gevoel wat net over het randje van vervelend is, zonder dat het pijn doet. Het lijkt alsof jeuk een erger gevoel is dan pijn. Zo’n zeurende plek op lichaam die snakt naar verlossing die je niet kan geven. Er zijn een hoop verschillende vormen van jeuk.
Stel je voor dat je jeuk hebt op je linker elleboog. Het is als een kleine spin die met zijn poten in je huid aan het duwen is. Niet zo’n dikke spin, maar eentje met zo’n klein lichaam en van die dunne lange poten. Hij danst alsof hij staat te hakken bij een hardcore feestje. Met elke stap, drukt hij die dunne poten net diep genoeg in je huid dat het doorbreekt, maar daarna niet doorgaat. Tap, tap, tap, tap, tap en het dansen trekt de hele aandacht naar die ene plek op je linker elleboog.Dan komen er ineens allemaal vriendjes van hem bij. De plek wordt groter, want ze staan met zijn drieën daar te stampen op je huid. Je wilt ze van je af slaan en geeft een mep met je platte hand. De spinnen vertrekken eventjes en voor een kort moment jeukt het even niet meer. Dan komen ze weer terug. In het kloppende gedeelte van je huid waar je op hebt geslagen, voel je de spinnen weer stampen. Je gaat dan maar aan die plek krabben en weer is het voor even weg. Daarna komen er meer spinnen.
Voor je het weet, spreidt die irritatie op je linker elleboog uit naar je hele arm. Je voelt je hele huid tintelen en in je gedachte zie je je hele arm vol zitten met spinnen. Je gaat krabben, slaan en haalt alles uit de kast om terug te vechten. Maar het spreidt alleen maar uit. Een aantal spinnen kruipt via je onderarm naar je boven lichaam. Ze rennen in een hoog tempo over je lichaam heen en ineens heb je overal jeuk. De pijn wordt niet veel, maar wel een beetje erger. Alsof ze nu in je huid aan het bijten zijn. Ze rennen dan ineens met zijn allen via je rug naar je nek. Je voelt dat er wordt gebeten in je nek, alsof ze er een gaatje in proberen te maken. Een kleine pijnscheut volgt. Je probeert het weg te krabben, maar het wordt alleen maar erger. De spinnen duwen met hun dunne poten de wond open en je voelt dat ze met moeite zich één voor één naar binnen wringen. Onder je huid voel je de kleine bobbels langzaam maar zeker door je lichaam verplaatsten.
Leuk hè, jeuk. Dit was natuurlijk lichamelijke jeuk, maar de meeste jeuk die mensen ervaren is dat niet. Het is een jeuk waarbij het gewoon niet klopt. De jeuk die een aanval doet op je perfectionisme. Een schilderijtje wat scheef hangt en waarbij elke poging het niet lukt om het recht te laten hangen. Een kastje die net een andere kleur groen heeft, dan de kleur groen op de muur erachter. Een stukje in je huis wat net niet netjes is afgewerkt, alleen teveel moeite kost om het nu nog te fixen.
Zelfs dit is niet de grootste jeuk, want dat zijn vaak andere mensen. Soms irriteren die mensen jou, vanwege de instantie waar ze voor werken. Contra bedrijven, waarbij je ze betaalt om iets te doen, maar ze juist het tegenovergestelde uitvoeren. Een verzekeringsbedrijf die je elke maand betaalt, maar er alles aan doet om niks uit te betalen. Een klantenservice die je van het kastje naar de muur stuurt. Een wooncorporatie die je standaard van leven steeds moeilijker maakt. Et cetera, et cetera.
Individuen zorgen voor de meeste jeuk. Of het nu expres of onderbewust is, sommige mensen halen gewoon het bloed onder je nagels vandaan. Ze hebben een andere mening dan jou en ze willen gewoon jouw kant van het verhaal niet inzien. Of ze hebben een andere mening dan jou en ze blijven maar aan je hoofd drammen. Je blijft nadenken over het gene wat ze hebben gezegd en het gaat maar niet weg. Het blijft knagen en je blijft je helemaal verontwaardigd voelen over de situatie. Hun inzichten, hun benaderingen, de manier hoe hun dat willen overtuigen.
Elk mens heeft een manier bedacht hoe ze met deze jeuk om moeten gaan. Sommige moeten het kwijt en gaan helemaal los bij iemand die ze vertrouwen. Anderen gaan juist helemaal los tegen de mensen die ze frustreren. Niet direct, want dat is natuurlijk niet acceptabel, maar tussen een online barrière. Hier kan je jouw interne gedachten ventileren naar mensen die jou irriteren, zonder de consequenties te hoeven zien. Met andere woorden: Krabben, krabben, krabben. Jeuk kan je leven overnemen, zo ver dat je die jeuk simpelweg wilt uitroeien.
Anderen zoeken iets om de boel af te leiden en stappen over op plaatsvervangende jeuk. Dit kan via drugs, of gokken, of wat de meeste doen: Social media. En dit is wel een interessant fenomeen. Social media is als een boomhut. Een plek dit je helemaal zelf heb ingericht hoe jij het wilt hebben. Alle mensen daar hebben jou manier van denken. Alles wat je wilt zien, wordt helemaal voor jou ingericht. Al je interesses, worden aan je voeten gelegd. Het enige wat je hoeft te doen, is die app op je telefoon te openen.
Jouw ideale wereld in een handbereik. Een privé plek waar je even kan zitten en dan weer doorgaat met de rest van je leven. Maar ja, dat doorgaan is niet de bedoeling van de app. Dus… wordt jouw inrichting verpest met, laten we zeggen, imperfecties. Een schreeuwerige reclame midden in een rustig filmpje. Een post van die ene groep waar je zo’n hekel aan hebt. Dan zie je een post van een één of andere stomme … waarvan je die … op haar … en dan … zo in het drijfzand. Je gaat naar die boomhut om tot rust te komen en je komt met schijt aan je handen terug. Dan verlang je weer naar die boomhut, et cetera, et cetera.
Is er een manier om wel goed om te gaan met jeuk? Ja. Mijn eerste tip is, kijk er met een afstandje naar. Neem 3 stappen terug. Als je midden in de jeuk zit, dan trekt dat alle aandacht. Vaak is die jeuk maar op één plek. Die ene plek trekt zo veel aandacht, dat je de rest van de wereld niet meer ziet. Wat gaat er wel goed?
Tip twee: Maak het niet erger dan het is. Ja, het in vervelend en ja het is irritant, maar het is niet het einde van de wereld. Het is alleen jeuk.
Tip drie: Zoek het niet op. Je kan wel gaan krabben en er maar mee bezig blijven, maar het moet ook een keer klaar zijn. Je doet wat je kan en de rest is buiten jouw controle.
En mijn belangrijkste tip is, laat het los. Jeuk zal je altijd blijven houden en zal altijd op een manier in je leven zijn. Leren leven met jeuk, dus genieten ondanks, duurt even. Het wordt vanzelf minder.